DE TRADITIONELE KATHOLIEKE LEER
BETREFFENDE RAS EN RACISME
INHOUDSOPGAVE
- Inleiding
- Vaderlandsliefde en de liefde tot het eigen land
- De volkeren en de Goddelijke Voorzienigheid
- Verschillen tussen beschavingen
- Racisme en de verwerping ervan door de katholieke leer
- Besluit
Lijst van bronnen
- Inleiding
De traditionele leer van de katholieke Kerk betreffende het ras steunt op beginselen die door de eeuwen heen onveranderd zijn gebleven. De Goddelijke Openbaring leert dat het gehele menselijke geslacht afstamt van Adam en Eva en, na de Zondvloed, van Noë en zijn gezin. Deze gemeenschappelijke oorsprong vestigt de eenheid van het menselijk geslacht. De heilige Thomas van Aquino toont aan dat ieder menselijk wezen tot één en dezelfde soort behoort, omdat ieder menselijk wezen dezelfde redelijke ziel bezit. De ziel, niet het lichaam, vormt het wezen van de mens en grondvest zijn waardigheid als schepsel gemaakt naar het beeld van God. Deze waarheden zijn zeker volgens de Heilige Schrift en de wijsbegeerte van de heilige Thomas.
Waarneembare verschillen tussen personen en volkeren behoren tot de bijkomstige orde. Verschillen in uiterlijk, gezondheid, aanleg, cultuur, taal of geschiedkundige ontwikkeling veranderen niets aan de wezenlijke gelijkheid van de menselijke natuur.
- Vaderlandsliefde en de liefde tot het eigen land
Vaderlandsliefde en racisme zijn wezenlijk verschillend. Vaderlandsliefde betreft de zedelijke plichten die men aan zijn land verschuldigd is. Racisme kent personen een ongelijke menselijke waardigheid toe omwille van ras of volksafkomst.
De katholieke overlevering beschouwt de liefde tot het eigen land als een deugd. De heilige Thomas van Aquino plaatst haar onder de deugd van de vroomheid. Na God is ieder mens eerst dankbaarheid verschuldigd aan zijn ouders en daarna aan zijn vaderland, waarvan hij het leven, de opvoeding, de taal, de cultuur en het lidmaatschap van de burgerlijke samenleving heeft ontvangen. Hij schrijft: «De mens wordt vooral schuldenaar van zijn ouders en zijn vaderland, na God» (Summa Theologiae, II-II, q. 101, a. 1, Leonijnse uitgave, Rome, 1888-1906, Latijn). Deze aanhaling is zeker.
Vaderlandsliefde is dus een zedelijke plicht gegrond op de rechtvaardigheid. Zijn land beminnen, het algemeen welzijn ervan dienen, het verdedigen wanneer de rechtvaardigheid het eist en zijn wettige overleveringen bewaren, is ten volle verenigbaar met de katholieke leer. Katholieken hebben dit altijd gedaan zonder veroordeling van de Kerk.
Toch laat iedere deugd overdrijving toe. De liefde tot het vaderland wordt ongeordend wanneer zij omslaat in verachting voor andere volkeren of wanneer de belangen van de natie boven de wet van God worden gesteld. De natie wordt dan een absolute, wat de Kerk verwerpt. Geen aardse gemeenschap mag de plaats innemen die aan God alleen toekomt. Paus Pius XI heeft daarom gewaarschuwd tegen het verheffen van ras of natie tot het hoogste beginsel van het menselijk leven (Mit Brennender Sorge, 14 maart 1937). Een natie verdient liefde en dienst, maar nooit aanbidding.
De katholieke leer houdt het evenwicht: vaderlandsliefde is geoorloofd; nationale afgoderij is het niet.
- De volkeren en de Goddelijke Voorzienigheid
Aparte volkeren maken deel uit van Gods voorzienig bestuur van de wereld. Na de Zondvloed verspreidden de nakomelingen van Noë zich over de aarde. Na Babel werd het menselijk geslacht verdeeld in aparte taalgemeenschappen. Deze gebeurtenissen worden in de Heilige Schrift niet voorgesteld als kwaden op zich, maar als deel van de geschiedkundige orde die door de Goddelijke Voorzienigheid is vastgesteld (Latijnse Vulgaat, Clementijnse uitgave, Rome, 1592).
Het Oude Testament behandelt de volkeren als werkelijke gemeenschappen met eigen heersers, grondgebied en zendingen. Israël bestond te midden van andere volkeren. Egypte, Assyrië, Babylon, Perzië, Griekenland en Rome verschijnen als aparte eenheden. De profeten richten zich tot gehele volkeren, prijzen de rechtvaardigheid of veroordelen hoogmoed, afgoderij en wreedheid. Hun oordelen zijn zedelijk, nooit biologisch. Nergens suggereren zij dat het ene volk een andere menselijke natuur bezit dan het andere.
Het Nieuwe Testament zet dezelfde zienswijze voort. Met Pinksteren hoorden mannen van vele volkeren het Evangelie in hun eigen talen. Het wonder schafte de verscheidenheid niet af; het heiligde iedere taal voor de verkondiging van het ene geloof.
De Kerk heeft nooit gezocht wettige nationale overleveringen uit te wissen. Zij heeft vele liturgische talen aangenomen, de plaatselijke gewijde kunst aangemoedigd, wettige gewoonten geëerbiedigd en verscheidenheid van tucht toegelaten, mits de eenheid van geloof en zeden ongeschonden bleef. Zij is algemeen omdat zij alle volkeren omvat zonder hun wettige eigenheid te vernietigen.
Het bewaren van de taal, de herinnering, de gewoonten of het culturele erfgoed van een volk is daarom niet strijdig met de katholieke leer, mits het binnen de rechtvaardigheid en de liefde blijft.
- Verschillen tussen beschavingen
De verschillen die tussen beschavingen optreden zijn werkelijk en behoren tot de orde van het geschiedkundige feit. De traditionele katholieke leer verklaart ze zonder enig beroep op ongelijke menselijke naturen.
De heilige Thomas leert dat het handelen het zijn volgt: «agere sequitur esse». De Latijnse uitdrukking betekent dat de werkzaamheden van een wezen voortvloeien uit wat het is. Mensen worden gekend door hun werken, omdat de daden van een volk de gesteldheden openbaren die hun gemeenschappelijk leven vormen. Die gesteldheden – gewoonten van geest en wil, opvoeding, taal, zeden, klimaat, aardrijkskundige ligging en de vrije zedelijke keuzen van opeenvolgende geslachten – zijn bijkomstig. Zij veranderen niets aan de gemeenschappelijke menselijke natuur die ieder mens bezit krachtens dezelfde redelijke ziel.
De Goddelijke Voorzienigheid bestuurt de volkeren. Na Babel werd het menselijk geslacht verdeeld in aparte taal- en gebiedsgemeenschappen. De Schrift stelt deze verdeling voor als deel van de geschiedkundige orde die door God is vastgesteld, niet als een rangschikking van verschillende menselijke wezens. Beschavingsverschillen ontstaan daarom uit tweede oorzaken onder de Voorzienigheid: de aanvaarding of verwerping van de ware godsdienst, de beoefening of verwaarlozing van de natuurlijke deugden, de bestendigheid of onbestendigheid van instellingen, en het opeenstapelen van vrije menselijke daden door de eeuwen heen. Deze factoren verklaren waarom het ene volk op een gegeven tijdstip gevorderde staatkundige vormen, wetenschappen of kunsten ontwikkelt terwijl een ander dat niet doet. Zij scheppen geen verschillende soorten van mensheid.
De Kerk heeft altijd hetzelfde Evangelie aan ieder volk verkondigd en heeft heiligen uit alle volkeren erkend. De wezenlijke menselijke natuur en waardigheid blijven in ieder ras gelijk. Bijkomstige verschillen tussen volkeren zijn werkelijk en mogen bestudeerd worden volgens de orde van de tweede oorzaken. Iedere bewering die personen een hogere of lagere menselijke natuur toekent enkel omwille van ras of volksafkomst, spreekt zowel de Heilige Schrift als de wijsbegeerte van de heilige Thomas tegen.
- Racisme en de verwerping ervan door de katholieke leer
Racisme, begrepen als de bewering dat bepaalde rassen een hogere of lagere menselijke natuur bezitten, wordt zonder aarzeling verworpen door de traditionele katholieke leer.
Het spreekt de Heilige Schrift tegen, die de gemeenschappelijke afstamming van alle mensen leert. Het spreekt de heilige Thomas tegen, die aantoont dat alle mensen één soort vormen door dezelfde redelijke ziel. Het spreekt de zendingsarbeid van de Kerk tegen, die altijd het Evangelie aan ieder volk zonder onderscheid heeft verkondigd. Het spreekt de bestendige leer van de Romeinse Pausen over de eenheid van de menselijke familie tegen. Deze tegenstellingen zijn zeker volgens de hieronder genoemde bronnen.
De geschiedenis van de Kerk bevestigt dezelfde waarheid. Heiligen zijn gekomen uit alle werelddelen en alle volkeren: de heilige Mozes de Zwarte (de Ethiopische woestijnvader uit de vierde eeuw, ook Mozes de Ethiopiër of Abba Mozes genoemd, onderscheiden van de bijbelse Mozes de wetgever), de heilige Mauritius, de heilige Martinus de Porres, de heilige Carolus Lwanga, de Koreaanse, Japanse en Vietnamese martelaren, en ontelbare anderen. De heiligheid is nooit het voorrecht van enig ras geweest.
De katholieke leer ontkent geen werkelijke verschillen tussen volkeren. Volkeren verschillen in geschiedenis, cultuur, instellingen, verworvenheden en ontwikkeling. Personen verschillen in kracht, gezondheid, verstand, talent en bekwaamheid. Deze ongelijkheden behoren tot de natuurlijke orde die door de Goddelijke Voorzienigheid is vastgesteld. Zij komen voor binnen ieder volk en ieder ras. Zij scheppen geen verschillende soorten van mensheid.
Het beslissende onderscheid is dat tussen bijkomstige verschillen en wezenlijke waardigheid. Bijkomstige verschillen zijn werkelijk. De wezenlijke menselijke waardigheid is gelijk. Het verwarren van beide is de bron geweest van rassentheorieën. De Kerk vermijdt beide uitersten: zij ontkent noch de waarneembare verschillen, noch verheft zij die tot verschillen van natuur.
Het bijbelse verhaal van Noë biedt geen steun aan theorieën over ongelijke menselijke naturen tussen rassen. Na de Zondvloed werd Noë dronken en lag naakt in zijn tent. Cham, de vader van Chanaan, zag de naaktheid van zijn vader en vertelde het aan zijn broers. Sem en Jafeth bedekten hun vader met eerbied, achteruitlopend om hem niet te aanschouwen. Toen Noë ontwaakte zei hij: «Vervloekt zij Chanaan; een knecht der knechten zal hij zijn voor zijn broeders.» De vloek trof Chanaan, niet Cham zelf.
De zonde van Cham was een grove oneerbiedigheid en een gebrek aan kinderliefde. In de aartsvaderlijke orde vertegenwoordigt de vader de goddelijke gezag binnen het gezin. De schande van de vader zien en die openbaar maken in plaats van haar met eerbied te bedekken, is een ernstige schending van het vierde gebod. Traditionele katholieke bronnen beschrijven dit als grote oneerbiedigheid. De heilige Augustinus merkt op dat Cham zijn vader niet bedekte maar diens naaktheid verraadde. Vincentius van Lérins merkt op dat Cham de zaak vertelde opdat anderen erom zouden lachen, en zo zwaar zondigde tegen de kinderliefde.
Waarom werd Chanaan vervloekt en niet Cham? Het precieze verband is in de tekst niet volledig uitgewerkt, toch houdt de traditionele katholieke uitleg dat de vloek profetisch is. Zij kondigt het toekomstige karakter aan van de Chananese volkeren die de boosheid van hun voorvader zouden nabootsen en versterken. De Chananese volkeren beoefenden later de afschuwelijkste ondeugden: afgoderij, bloedschande, overspel, sodomie, bestialiteit en het offeren van kinderen aan Moloch. Leviticus 18 somt deze zonden uitdrukkelijk op als de reden waarom het land Chanaan zijn inwoners «uitbraakte». De vloek was dus rechtvaardig. God is niet onrechtvaardig. Hij voorzag de vrije en hardnekkige keuze van uiterste zedelijke bederf door die lijn en kondigde de geschiedkundige gevolgen aan: onderwerping en uiteindelijke verdwijning als aparte volkeren onder de nakomelingen van Sem en Jafeth. Dit oordeel bewaart zowel de rechtvaardigheid van God als de zedelijke orde van het gezin en van de samenleving.
Het verhaal leert dus de ernst van de oneerbiedigheid tegenover het ouderlijk gezag en de voorzienige gevolgen van de ondeugd. Het stelt geen verschillende menselijke naturen of rassenhiërarchieën van waardigheid vast.
- Besluit
De katholieke stelling kan in vier stellingen worden samengevat.
Ten eerste bezitten alle mensen dezelfde menselijke natuur en dezelfde redelijke ziel.
Ten tweede bezitten alle mensen een gelijke menselijke waardigheid omdat zij geschapen zijn naar het beeld van God en geroepen tot het eeuwig heil.
Ten derde behoren wettige verschillen tussen volkeren en volken, met inbegrip van de verschillen die optreden in de geschiedkundige ontwikkeling van beschavingen, tot de voorzienige orde en mogen niet verward worden met verschillen van menselijke natuur.
Ten vierde is iedere leer die personen een hogere of lagere menselijke waardigheid toekent enkel omwille van ras of volksafkomst, onverenigbaar met de traditionele leer van de katholieke Kerk.
Het grootste onderscheid tussen mensen is niet ras, nationaliteit, rijkdom, verstand of lichamelijke volmaaktheid. Het is de staat van de ziel voor God. Bij het Laatste Oordeel verdwijnen alle bijkomstige verschillen voor de enige werkelijkheid die het lot bepaalt: of een mens gestorven is in de genade en vriendschap van God. In het licht van de eeuwigheid blijft de heiligheid – niet het ras – de ware maatstaf van menselijke grootheid.
Lijst van bronnen
- Heilige Bijbel. Latijnse Vulgaat. Clementijnse uitgave. Rome. 1592. Latijn.
- Heilige Augustinus. De Civitate Dei. In: Patrologia Latina, deel 41. Uitgegeven door J.-P. Migne. Parijs. 1845. Latijn.
- Heilige Thomas van Aquino. Summa Theologiae. Leonijnse uitgave. Rome. 1888-1906. Latijn.
- Cornelius a Lapide. Commentaria in Scripturam Sacram. Antwerpen. 1616-1642. Latijn.
- Haydock, George Leo. The Catholic Bible Commentary. Verscheidene negentiende-eeuwse uitgaven. Engels.
- Pius XI. Mit Brennender Sorge. Vaticaanstad. 14 maart 1937. Duits; officiële Latijnse tekst.
- Pius XII. Summi Pontificatus. Vaticaanstad. 20 oktober 1939. Latijn.
- The Catholic Encyclopedia. Robert Appleton Company. New York. 1907-1914. Engels.