Het verschil tussen de missalen
van Pius XII in 1957 en van Johannes XXIII in 1962,
en de vier lagen van het missaal van 1962
Inhoudstafel
- Inleiding
- Verschillen tussen de missalen gedrukt omstreeks 1957 en de typische uitgave van 1962
2.1. Juridische aard van de twee boeken
2.2. Algemene rubrieken en rangschikking van de liturgische dagen
2.3. Kalender, vigilies, octaven en feesten
2.4. Ritus van de Mis, private lezingen, Confiteor en laatste Evangelie
2.5. Punten die reeds aanwezig zijn in de missalen van 1957
- Vier lagen van het Missale Romanum van 1962
3.1. De traditionele grondslag van vóór Pius XII
3.2. Wat werkelijk onder Pius XII werd afgekondigd en in 1962 behouden bleef
3.3. Wat Pius XII liet voorbereiden, maar wat Johannes XXIII goedkeurde en uitvoerde
3.4. Wat juridisch of persoonlijk tot Johannes XXIII behoort
- Besluit
- Lijst van bronnen
- Inleiding
Het zou onjuist zijn het missaal van 1962 voor te stellen als een geheel persoonlijke schepping van Johannes XXIII. Het zou evenzeer onnauwkeurig zijn alle in 1960-1962 afgekondigde maatregelen zonder onderscheid aan Pius XII toe te schrijven. Men moet met nauwkeurigheid van vier lagen spreken. Dit is zeker.
De meest juiste formule is daarom de volgende: het traditionele Romeinse missaal in zijn typische uitgave van 1962, dat de onder Pius XII afgekondigde hervormingen bevat en de Rubriekencode die onder Johannes XXIII is goedgekeurd en afgekondigd.
De altaarmissalen die omstreeks 1957 zijn gedrukt, zijn geen pontificale typische uitgave. Pius XII heeft geen typische uitgave van het Missale Romanum uitgegeven. Dit is zeker. Die drukkersdelen nemen vooral de hervorming van de Goede Week van 1955 en de vereenvoudiging van de rubrieken van 23 maart 1955 in zich op. De typische uitgave van 1962 is daarentegen een officieel boek dat bovendien de Codex Rubricarum van 1960 opneemt. De twee volgende afdelingen onderscheiden dus enerzijds de tastbare verschillen tussen deze twee toestanden van het boek, en anderzijds de historische en juridische toeschrijving van elke laag.
- Verschillen tussen de missalen gedrukt omstreeks 1957 en de typische uitgave van 1962
2.1. Juridische aard van de twee boeken
De missalen gedateerd omstreeks 1957 zijn handels- of bisdomsuitgaven die het Missale Romanum weergeven na de decreten van 1951-1958, inzonderheid Dominicae Resurrectionis vigiliam, Maxima redemptionis nostrae mysteria en De rubricis ad simpliciorem formam redigendis. Zij behouden vooraan nog de Rubricae generales en de Additiones et variationes, geërfd van de typische uitgave van 1920 en van de hervorming van de heilige Pius X. Dit is zeker.
De typische uitgave van 1962 wordt afgekondigd onder Johannes XXIII. Zij vervangt de oude rubriekdocumenten door de nieuwe Rubriekencode. De titel wordt Missale Romanum ex decreto sacrosancti Concilii Tridentini restitutum Summorum Pontificum cura recognitum. De invoeging van de naam van de heilige Jozef in de Canon, voorgeschreven op 13 november 1962 en in werking getreden op 8 december 1962, verschijnt alleen in exemplaren die na die datum zijn gedrukt of verbeterd. Dit is zeker.
2.2. Algemene rubrieken en rangschikking van de liturgische dagen
In de missalen van 1957 blijft de oude rangschikking in hoofdzaak bestaan: dubbels van verschillende klassen, semidubbels en simples, met de regels van samenval en samenvallen geërfd van Pius X en in 1955 verlicht. De semidubbels zijn nog niet verdwenen.
De Codex van 1960, toegepast in het missaal van 1962, vervangt dit stelsel door vier klassen: eerste, tweede, derde en vierde klasse. De semidubbels worden afgeschaft. Er wordt een nieuwe voorrangstafel van de liturgische dagen vastgesteld. De regeling van samenval, samenvallen en gedachtenissen wordt herschikt. Het gewone maximumaantal oraties wordt nog verder verminderd. Dit is zeker.
2.3. Kalender, vigilies, octaven en feesten
De missalen van 1957 bevatten reeds de afschaffing van de meeste vigilies en octaven, beslist in 1955: alleen de octaven van Kerstmis, Pasen en Pinksteren blijven behouden. Verscheidene feesten die door Pius XII zijn ingevoerd, staan er reeds in, inzonderheid het Onbevlekt Hart van Maria, het Koningschap van Maria en de heilige Jozef Arbeider.
De kalender van 1962 voegt verdere verminderingen toe. Sommige feesten dalen tot de rang van loutere gedachtenis. Titels worden gewijzigd: 1 januari heet niet langer Besnijdenis maar Octaaf van de Geboorte. Enkele feesten worden verplaatst. De nog overblijvende vigilies ondergaan een verdere vermindering. Dit is zeker voor het algemene kader. Het detail van elk afzonderlijk feest wordt hier niet regel voor regel opgenomen, bij gebrek aan een bladzijdegewijze vergelijking van een exemplaar van 1957 met de typische uitgave van 1962.
2.4. Ritus van de Mis, private lezingen, Confiteor en laatste Evangelie
In de missalen van 1957 leest de celebrant bij de plechtige Mis nog aan het altaar de teksten die door de diaken, de subdiaken of de lector worden gezongen, behalve in de nieuwe plechtigheden van de Goede Week, waar die private lezing reeds was weggelaten. Het Confiteor dat onmiddellijk voorafgaat aan de communie van de gelovigen staat nog in de gewone rubrieken. De psalm Judica me en het laatste Evangelie worden gezegd volgens de oude regels, behalve op de dagen die de hervorming van 1955 reeds uitzonderde.
Het missaal van 1962, volgens de Codex van 1960, laat bij de plechtige Mis de private lezing door de celebrant weg van de teksten die door de gewijde bedienaars worden gezongen. Het schaft het Confiteor af dat aan de communie van de gelovigen voorafgaat. Het laat de psalm Judica me en het laatste Evangelie weg wanneer bepaalde liturgische plechtigheden onmiddellijk aan de Mis voorafgaan of erop volgen. Het schaft bijna alle eigene laatste Evangeliën af. Het wijzigt bepaalde buigingen en kniebuigingen, inzonderheid tijdens het Credo. Het regelt opnieuw Ite, missa est en Benedicamus Domino. Dit is zeker.
2.5. Punten die reeds aanwezig zijn in de missalen van 1957
De herstelling van de Paaswake, de nieuwe Goede Week, de avondmissen, de beperking van het Credo, de mogelijkheid om het Dies irae in bepaalde dodenmissen weg te laten, de instructie De musica sacra et sacra liturgia van 1958 en de beginselen van de dialoogmis staan reeds in de delen die na 1956-1958 zijn gedrukt. Deze bestanddelen vormen dus geen nieuwigheid van 1962. Zij behoren tot de wetgeving van Pius XII. Dit is zeker.
De schrapping van het woord perfidis in het gebed van Goede Vrijdag voor de Joden dateert van 1959. Zij is dus later dan de meeste drukken van 1957 en vroeger dan de typische uitgave van 1962. Zij behoort tot Johannes XXIII.
- Vier lagen van het Missale Romanum van 1962
3.1. De traditionele grondslag van vóór Pius XII
Het grootste deel van de tekst van de Mis van 1962 komt noch van Pius XII noch van Johannes XXIII: gebeden aan de voet van het altaar, Kyrie, Gloria, collecta, lezingen, Credo, offerande, Romeinse Canon, communie en laatste Evangelie. Deze grondslag komt uit het traditionele Missale Romanum, gecodificeerd door de heilige Pius V en geleidelijk gewijzigd door zijn opvolgers.
Bijgevolg is het niet juist te zeggen dat 85 ten honderd van het missaal van 1962 van Pius XII komt, indien men over de gehele tekst van de Mis spreekt. Het overgrote deel is veel ouder. Het cijfer van 85 ten honderd kan eventueel een algemene indruk van voortzetting uitdrukken, maar het is niet wetenschappelijk geverifieerd. Dit is zeker.
3.2. Wat werkelijk onder Pius XII werd afgekondigd en in 1962 behouden bleef
Dit behoort zeker tot Pius XII, ook al heeft het missaal van 1962 het behouden.
- De proefgewijze herstelling van de Paaswake door het decreet Dominicae Resurrectionis vigiliam van 9 februari 1951.
- De verlenging en de facultatieve veralgemening van de nieuwe Paaswake door het decreet van 11 januari 1952.
- De toelating en vervolgens de uitbreiding van de avondmissen, inzonderheid door de apostolische constitutie Christus Dominus van 6 januari 1953 en het motu proprio Sacram Communionem van 19 maart 1957.
- De algemene vereenvoudiging van de rubrieken door het decreet De rubricis ad simpliciorem formam redigendis van 23 maart 1955, toepasselijk vanaf 1 januari 1956.
- De afschaffing van de meeste vigilies.
- De afschaffing van de meeste octaven, waarbij alleen die van Kerstmis, Pasen en Pinksteren behouden blijven.
- De vermindering van het aantal gedachtenissen en oraties, met een gewoon maximum van drie.
- De afschaffing van de vroeger voorgeschreven seizoensoraties.
- De beperking van het gebruik van het Credo.
- De mogelijkheid om het Dies irae in bepaalde dodenmissen weg te laten.
- De volledige hervorming van de Goede Week, afgekondigd door Maxima redemptionis nostrae mysteria van 16 november 1955 en verplicht gemaakt in 1956.
- De nieuwe Palmzondagplechtigheid, aanzienlijk ingekort.
- De Mis van Witte Donderdag, ’s avonds gevierd.
- De nieuwe liturgische dienst van Goede Vrijdag, ’s namiddags gevierd, met communie van de gelovigen.
- De nieuwe nachtelijke Paaswake, met vier profetieën in plaats van twaalf en de vernieuwing van de doopbeloften in de volkstaal.
- In de plechtige diensten van de Goede Week, het weglaten door de celebrant van de teksten die door de diaken, de subdiaken of de lector worden gezongen.
- Verscheidene feesten door Pius XII ingevoerd en in de kalender van 1962 behouden, inzonderheid het Onbevlekt Hart van Maria, het Koningschap van Maria en de heilige Jozef Arbeider.
- De beginselen betreffende de gezongen Mis, de gelezen Mis, de deelname van de gelovigen en de dialoogmis, vastgesteld of geregeld door de instructie De musica sacra et sacra liturgia van 3 september 1958.
Dit alles is zeker het wetgevend werk van Pius XII. Johannes XXIII heeft het enkel behouden, soms herschikt in de nieuwe Rubriekencode. Dit is zeker.
3.3. Wat Pius XII liet voorbereiden, maar wat Johannes XXIII goedkeurde en uitvoerde
Pius XII besloot tot een algemene en stelselmatige herziening van de rubrieken van het Brevier en van het Missaal over te gaan. Hij vertrouwde dit werk officieel toe aan de Pauselijke Commissie voor de algemene hervorming van de liturgie.
Johannes XXIII erkent dit uitdrukkelijk in Rubricarum instructum:
« Idem Decessor Noster, re mature perpensa, statuit generalem ac systematicam rubricarum Breviarii ac Missalis recognitionem aggredi, eamque peculiari illi virorum peritorum Commissioni concredidit. »
Vertaling: « Onzezelfde Voorganger heeft, na rijp beraad, besloten een algemene en stelselmatige herziening van de rubrieken van het Brevier en van het Missaal aan te vatten, en hij heeft die toevertrouwd aan die bijzondere Commissie van deskundigen. »
Dit is zeker: de algemene onderneming, haar richting en de opdracht aan de Commissie komen van Pius XII.
Maar Johannes XXIII gaat voort met te verklaren dat het concrete lichaam van de nieuwe rubrieken door de deskundigen is voorbereid, door de Commissie onderzocht en vervolgens door hemzelf goedgekeurd:
« Nos Ipsi, motu proprio et certa scientia, probandum decrevimus. »
Vertaling: « Wij Zelf hebben, motu proprio en met zekere kennis, besloten het goed te keuren. »
De juiste gevolgtrekking is daarom de volgende. Pius XII beval de stelselmatige herziening en vertrouwde de voorbereiding ervan toe aan de Commissie. Johannes XXIII ontving het werk van die Commissie, stelde juridisch de tekst vast, keurde hem goed en maakte hem verplicht.
Men kan dus zeggen dat de Codex van 1960 historisch de voltooiing is van een werk dat onder Pius XII is bevolen. Men kan echter niet, zonder een bijzonder document, bevestigen dat Pius XII persoonlijk reeds elk van de gedetailleerde bepalingen had goedgekeurd die in de eindtekst van 1960 verschenen. Dit onderscheid is zeker.
3.4. Wat juridisch of persoonlijk tot Johannes XXIII behoort
De volgende maatregelen werden onder Johannes XXIII afgekondigd en kunnen niet worden voorgesteld als wetten die Pius XII reeds had afgekondigd.
- De definitieve goedkeuring van de nieuwe Codex Rubricarum door Rubricarum instructum, 25 juli 1960.
- De afkondiging ervan door het decreet Novum rubricarum van 26 juli 1960.
- De verplichte inwerkingtreding op 1 januari 1961.
- De vervanging van de oude liturgische rangen door vier klassen: eerste, tweede, derde en vierde klasse.
- De nieuwe voorrangstafel van de liturgische dagen.
- De nieuwe regeling van samenval, samenvallen en gedachtenissen.
- De afschaffing of verdere vermindering van bepaalde feesten en vigilies.
- De verdere vermindering van het aantal oraties en gedachtenissen.
- Het weglaten, bij de plechtige Mis, van de private lezing door de celebrant van de teksten die door de gewijde bedienaars worden gezongen.
- De afschaffing van het Confiteor dat in de rubrieken van het Missaal onmiddellijk aan de communie van de gelovigen voorafgaat.
- Het weglaten van de psalm Judica me en van het laatste Evangelie wanneer bepaalde liturgische plechtigheden onmiddellijk aan de Mis voorafgaan of erop volgen.
- De afschaffing van bijna alle eigene laatste Evangeliën.
- De wijziging van bepaalde buigingen en kniebuigingen, inzonderheid tijdens het Credo.
- De nieuwe regeling van Ite, missa est en Benedicamus Domino.
- De schrapping, in 1959, van het woord perfidis in het gebed van Goede Vrijdag voor de Joden. Deze maatregel, eerst te Rome toegepast op Goede Vrijdag 1959, werd tot de universele Kerk uitgebreid door een decreet van de Heilige Congregatie van de Riten van 5 juli 1959.
- De typische uitgave van het Missale Romanum, in 1962 uitgegeven, die de Rubriekencode van 1960 opneemt.
- De invoeging van de naam van de heilige Jozef in de Romeinse Canon, voorgeschreven op 13 november 1962 en in werking getreden op 8 december 1962.
Dit is zeker.
- Besluit
Het is misleidend dit boek eenvoudig « de Mis van Johannes XXIII » te noemen, alsof hij de gehele ritus had geschapen.
Het missaal van 1962 bevat:
- De onheuglijke en tridentijnse grondslag van de Romeinse Mis, ouder dan beide pontificaten.
- De hervormingen die Pius XII werkelijk heeft afgekondigd, vooral die van 1951-1958, reeds aanwezig in de missalen gedrukt omstreeks 1957.
- De voltooiing van een programma van algemene herziening, door Pius XII beslist en aan een Commissie toevertrouwd.
- Bijzondere keuzen, een juridische goedkeuring, een afkondiging en bepaalde wijzigingen eigen aan Johannes XXIII, die de typische uitgave van 1962 onderscheiden van de delen van 1957.
Men kan met zekerheid bevestigen dat de hervorming van 1962 niet geheel van Johannes XXIII komt en dat zij, voor een belangrijk deel, de voortzetting en de voltooiing vormt van het liturgische programma dat onder Pius XII is aangevat. Deze Mis blijft de traditionele Romeinse ritus, en niet de Novus Ordo die in 1969 is ingevoerd.
- Lijst van bronnen
Heilige Congregatie van de Riten, decreet Dominicae Resurrectionis vigiliam, 9 februari 1951, Acta Apostolicae Sedis, deel 43, 1951, blz. 128-137. Oorspronkelijke taal: Latijn.
Heilige Congregatie van de Riten, decreet De facultativa celebratione instauratae vigiliae paschalis ad triennium prorogata, 11 januari 1952, Acta Apostolicae Sedis, deel 44, 1952, blz. 48 en volgende. Oorspronkelijke taal: Latijn.
Pius XII, apostolische constitutie Christus Dominus, 6 januari 1953, Acta Apostolicae Sedis, deel 45, 1953, blz. 15 en volgende. Oorspronkelijke taal: Latijn.
Heilige Congregatie van de Riten, decreet De rubricis ad simpliciorem formam redigendis, 23 maart 1955, Acta Apostolicae Sedis, deel 47, 1955, blz. 218-224. Oorspronkelijke taal: Latijn.
Heilige Congregatie van de Riten, decreet Maxima redemptionis nostrae mysteria, 16 november 1955, Acta Apostolicae Sedis, deel 47, 1955, blz. 838-847. Oorspronkelijke taal: Latijn.
Pius XII, motu proprio Sacram Communionem, 19 maart 1957, Acta Apostolicae Sedis, deel 49, 1957, blz. 177-178. Oorspronkelijke taal: Latijn.
Heilige Congregatie van de Riten, instructie De musica sacra et sacra liturgia, 3 september 1958, Acta Apostolicae Sedis, deel 50, 1958, blz. 630-663. Oorspronkelijke taal: Latijn.
Heilige Congregatie van de Riten, decreet van 5 juli 1959 betreffende de schrapping van perfidis in de oratie van Goede Vrijdag. Oorspronkelijke taal: Latijn.
Johannes XXIII, motu proprio Rubricarum instructum, 25 juli 1960, Acta Apostolicae Sedis, deel 52, 1960, blz. 593-595. Oorspronkelijke taal: Latijn.
Heilige Congregatie van de Riten, decreet Novum rubricarum, 26 juli 1960, Acta Apostolicae Sedis, deel 52, 1960, blz. 596-729. Oorspronkelijke taal: Latijn.
Heilige Congregatie van de Riten, decreet van 13 november 1962 over de invoeging van de naam van de heilige Jozef in de Romeinse Canon, in werking getreden op 8 december 1962. Acta Apostolicae Sedis, deel 54, 1962, blz. 873. Oorspronkelijke taal: Latijn.
Missale Romanum, altaaruitgaven die de hervormingen van 1955-1958 opnemen, gedrukt omstreeks 1957-1958 onder Pius XII. Deze delen vormen geen pontificale typische uitgave.
Missale Romanum, typische uitgave van 1962 onder Johannes XXIII.